| Begrippen |
|
|
|
A posteriori kennis: Kennis die het resultaat is van (voorafgaande) ervaring. A priori kennis: Kennis die voorafgaat aan de ervaring. Anachronisme: presenteert iemand of iets in een tijdperk waarin hij of het niet thuishoort. Analogie: Voorbeeld Arete: Deugd (voortreffelijkheid) Aristocratie volgens Plato: De ideale staat, waarin macht door de filosofen op basis van verdienstee wordt uitgeoefend. Autarkisch: Zelfvoorzienend Averroïsten: Aanhangers van de leer dat de wereld eeuwig is. Het boek “Summu Contra Gentiles” van Aquino is metname tegen hen gericht. Axioma: Onbewezen maar als grondslag aanvaarde stelling. Bewustzijnsinhouden: Gedachten of wijzen van denken Categorieën volgens Aristoteles: Soorten predicaten (Grieks: kategoria) Categorieënleer van Aristoteles: De verschillende vormen van zijn, is de spil van Aristoteles ontologie Catharis: Reiniging van emoties om evenwicht de bereiken Cherubijnen: Bijbelse aanduidingen voor engelenkoren (zie ook serafijnen) Civitas Dei: Het goddelijke rijk Civitas Terrena: De aardse maatschappij Deductie: Redeneren van het algemene naar het bijzondere (zie ook: inductie) Democratie volgens Plato: Staat waar de ongeschoolde en dus onredelijke volksmassa heerst. Dialectiek: Wetenschap van de ideeën (letterlijk: de kunst van de dialoog) Dialectisch onderzoek volgen Aristoteles: Het kritisch beoordelen en schiften van endoxa Doxa: Mening Dualisme volgens Plato: Het dualisme van de veranderlijke en onveranderlijke wereld / Dualisme van lichaam en ziel. Dualistisch: Een filosofie die werkelijkheid verdeelt in twee verschillende principes. Iedere dualistische filosofie moet verklaren wat het verband is tussen de twee principes Eerste onbewogen beweger: (vlg. Aristoteles) Pure actualiteit, pure vorm. Het hoogst zijnde (God). Als zodanig is hij een denkend intellect (nous) met als object van denken het hoogste wat er is zichzelf. God: het denken dat zichzelf denkt. Emanatie: Opwellen, uitvloeien (van de geest) Emperisch: Op ervaring, bevinding gegrond en daaruit voortvloeiend Empirische kennis: kennis die gebaseerd is op (zintuigelijke) ervaring. (zie ook a posteriori kennis) Endoxa: Algemeen gerespecteerde opvattingen Entelecheia: Actualisering (Voleindingm van het Griekse Telos: doel, einde) Episteme: Kennis of wetenschap Eros: Fundamenteel verlangen (naar het goede) / Griekse God van de liefde Esoterische geschriften van Aristoteles: Corpus Aristotelicum. Bedoeld voor insiders, primair voor collega's en leerlingen. Zijn vrij technische filosofische verhandelingen. Eudaimonia: Geluk, niet als subjectief gevoel maar met een objectieve lading. Letterlijk: Een goede beschermgod hebben. Exegese: Tekstuitleg Exoterische geschriften van Aristoteles: Geschriften voor een breed publiek (deze zijn grotendeels verloren gegaan) Filosofische maieutiek of verloskunde: Kennis die reeds in de leerling sluimert op te wekken en op een goede manier naar buiten te brengen Hypomnematische geschriften van Aristoteles: Verzamelingen van empirisch materiaal, vormen de basis voor de meer theoretische werken Ideeën: Objecten van ware kennis Illuminatietheorie volgens Augustinus:Leert dat het menselijk streven naar een onveranderlijke (goddelijke) waarheid om succesvol te zijn gevoed moet worden door de tegenwoordigheid en de zelfmededeling van die waarheid. Inductie: Redeneren van het bijzonder naar het algemene (zie ook deductie) Intelligibel: Datgene wat slechts voor het denken (de intelligentie) en niet voor de waarneming kenbaar is Kentheorie: Filosofisch vakgebied waarin de grondslagen en maatstaven van kennis worden onderzocht. Ook wel epistemologie genoemd. Manicheïsme: Dualistische leer die twee goddelijke wezens of beginsels, een goed (het licht) en het kwaad (de duisternis) aannam. Mechanicisme: Leer die er vanuit gaat dat de stof levenloos is. Megalopsychia: Grootmoedigheid, zelfrespect Methodische twijfel: Opzettelijke, actieve en systematisch doorgevoerde twijfel om een onbetwijfelbaar fundament voor alle kennis te vinden. Mimesis: Nabootsing, imitatie of representatie Nominalisme: Algemene begrippen zijn namen (Latijn: nomen) zonder eigen realiteit. Oligarchie volgens Plato: Staat waarin de rijken heersen. Penia: Gebrek, armoede Peripatetici: Antieke volgelingen van Aristoteles Peripatos: Lyceum, filosofische school Phainomena: Fenomenen, verschijnselen Phantasma: Beeld dat door het voorstellingsvermogen is gevormd Phronesis: Praktisch verstand Polis: Griekse stadstaat Poros: Letterlijk: vermogen. Iemand die over de juiste middelen beschikt en recht op het doel afgaat Psyche: De ziel als levensbeginsel of levensadem Quaestio: Kritische bespreking van een tekstuitleg. Representationisme: Ideeën representeren de objectieve werkelijkheid Scholastiek: De methode behelst het becommentariëren van en disputeren over de gezaghebbende teksten. (de Bijbel, kerkvaders, Plato, neoplatonisten en Aristoteles) Sensibele: Zintuigelijk waarneembare Sensualisme: De leer die stelt dat alle bewustzijnsinhouden op zintuigelijke indrukken gebaseerd zijn. Serafijnen: Bijbelse aanduidingen voor engelenkoren (zie ook cherubijnen) Simonie: De praktijk dat hoge kerkelijke ambten te koop zijn voor geld of politieke gunsten. Socratische methode: Is gericht op het naar buiten brengen, op bewustwording van de noties die iemand al in zich heeft zonder zich ervan bewust te zijn. Sofisme: Niet steekhoudende redenering Sofisten: Reizende leraren Syllogisme: Een redenering die bestaat uit drie proposities: een majorpremisse, een minorpremisse en een conclusie. Bekend is het syllogisme van Plato: Alle mensen zijn sterfelijk (majorpremisse), Socrates (minorpremisse) is een mens dus Socrates is sterfelijk (conclusie). Techne: Kunst of kunde. Hieronder valt zowel de activiteit van de kunstenaar (kunst) als die van de handwerksman (kunde of techniek) Teleologie: Doelgerichtheid, leer dat de schepping (elk verschijnsel) op één doel is gericht. Timocratie volgens Plato: Staat waar niet langer de filosofen aan de macht zijn, maar mensen met een driftig en twistzuchtig karakter Transcedent: Boven de ervaring uitgaand Twee zwaarden theorie van Thomas van Aquino: Geestelijke belangen zoals eeuwige verlossing worden behartigd door de kerk, terwijl aardse belangen zoals het bewaren van de vrede, orde en recht behartigd dienen te worden door een wereldse vorst. Mist u een begrip in dit overzicht, of bent u het niet eens met de uitleg, klik hier en laat het ons weten!
|
| LAST_UPDATED2 |

